Ervaringen die Safelet hebben geïnspireerd

Jessie

Hoi, ik heet Jessie en ben 16 jaar. Ik hou veel van sport, vooral van atletiek. Ik kan sneller rennen dan de meeste jongens en train twee avonden in de week. Ik fiets daarna in het donker door het park naar huis.

Er is nog nooit iets gebeurd, maar ik ken een meisje dat in hetzelfde park is lastig gevallen. Ik heb nog nooit met geweld te maken gehad in mijn leven. Maar als het gebeurt, dan wil ik dat m’n familie, m’n vrienden en de politie het weten. Want die zullen me altijd helpen, waar ik ook ben en hoe laat het ook is. Dat vind ik een heel fijn gevoel, en met Safelet heb ik dat gevoel.

Danaë

Toen ik in San Francisco studeerde, liep ik naar huis na een avondje stappen. Toen ik bijna thuis was, hoorde ik voetstappen achter me. Iemand greep me vanachter vast, bedekte m’n mond met zijn hand en duwde me een steegje in.

Ik probeerde weg te komen en om hulp te roepen, maar hij was sterker dan ik. Ik wist niet hoe ik hulp kon krijgen.

Opeens schreeuwde iemand dat hij moest stoppen. Hij schrok, liet me los en rende weg. Een dakloze man had het gezien en schreeuwde dat hij moest stoppen. Zo kon ik ontsnappen. Ik was bang, voelde me alleen en hulpeloos. M’n huisgenoten en vrienden waren zo dichtbij, maar wisten van niets omdat ik ze niet kon waarschuwen.

Nzinga

Ik krijg veel aandacht en meestal vind ik dat niet erg. Als ik de andere kant op kijk of niet teruglach, weet de ander wel hoe laat het is. De meeste mensen voelen het wel goed aan, maar sommige snappen het gewoon niet.

Laatst kwam er een jongen naar me toe op straat en hij begon een praatje. Hij herkende me van de middelbare school en vroeg m’n naam. Ik stelde mezelf voor en verontschuldigde mezelf omdat ik hem niet herkend had. Blijkbaar was dit een uitnodiging om m’n telefoonnummer te vragen.

Ik weigerde, zei gedag en liep weg. Hij bleef de hele tijd achter me aan lopen. Toen hij m’n arm pakte, begon ik heel hard te schreeuwen. Gelukkig was dit genoeg om hem weg te jagen.

Saba

Ik zat op het strand met m’n zus. We keken naar de zonsondergang en zij ging dansen. Een motor met twee mannen reed langzaam voorbij.

Ze stopten en gingen een stukje verderop zitten. We wilden weggaan en terwijl we opstonden, kwamen ze naar ons toe. Mijn zus liep voorop, maar mij konden ze insluiten. Ze vroegen of ik wilde dansen, met trillende stem zei ik ja.

Toen ik bukte om m’n schoenen uit te doen, ben ik heel hard weggerend. M’n zus had de auto al gestart en ik sprong erin. Zo kon ik wegkomen.